Inleiding & Info

Competenties bepalen:
hoe het werkt

Het succes van een bedrijf of organisatie hangt in de meeste gevallen sterk af van de kwaliteit van de mensen die er werken.
Hun competenties hebben direct effect op het resultaat.

De juiste mensen vinden is niet altijd eenvoudig. Dat begint bij het vaststellen van het juiste profiel voor iedere functie. En ook dat is
niet eenvoudig. Met een stapsgewijze competentieselectie brengt deze digitale waaier u uiteindelijk bij de meest relevante
competenties voor een specifieke functie.

De waaier bevat 47 competenties in 6 hoofdgroepen. U kunt eventueel nog een aantal (functie-specifieke) competenties toevoegen
in een 7e groep. Wij vragen u per groep een selectie van de competenties voor de betreffende functie te maken. Het kan voorkomen
dat in een bepaalde groep geen enkele competentie voor de functie relevant is. Uiteindelijk dient u rond de 16 competenties over te
houden die voor u geselecteerd zijn als relevant. Uit die groep vragen wij u aan te geven welke 8 competenties het belangrijkst zijn.



Communicatie

De mate waarin een persoon ideeën, meningen en feiten op een duidelijke
manier op anderen over kan brengen, afgestemd op de ontvanger.
Gedragsvoorbeelden:
- brengt de eigen gedachten vlot en helder onder woorden
- is goed verstaanbaar en zichtbaar
- weet te overtuigen door op kernachtige wijze kennis over te dragen
- houdt in woordkeuze of met voorbeelden rekening met het publiek door jargon te vermijden
- ondersteunt het verhaal met effectieve non-verbale communicatie
De mate waarin een persoon ideeën en feiten op heldere wijze presenteert, gebruikmakend van ter zake doende middelen, en zijn/haar presentatie afstemt op de behoeften van het publiek. Deze competentie vormt een verbijzondering van ‘Mondelinge communicatie’.
Gedragsvoorbeelden:
- maakt gebruik van hulpmiddelen zoals een flip-over
- maakt oogcontact en vraagt om reacties uit het publiek
De mate waarin een persoon ideeën, besluiten en meningen afgestemd op een specifieke doelgroep begrijpelijk, correct en overtuigend op papier zet.
Gedragsvoorbeelden:
- brengt goede en heldere structuur in stukken
- stemt woordkeus, taal (jargon) en stijl af op de lezer
- schrijft to the point en plezierig leesbaar voor de betreffende doelgroep
- schrijft zonder taalfouten (in stijl en spelling)
De mate waarin een persoon belangrijke informatie oppikt uit gesprekken, doorvraagt en ingaat op
(non-)verbale reacties.
Gedragsvoorbeelden:
- vraagt door bij onduidelijkheid
- stelt de juiste vragen; open en niet-suggestief
- laat anderen uitspreken, vat samen en toetst of de verkregen informatie juist is
- toont interesse, stimuleert de ander
- gaat in op wat de ander zegt, komt terug op wat iemand eerder vertelde
- gaat ook in op non-verbale communicatie en speelt hierop in
De mate waarin een persoon gevoelens en behoeften van anderen onderkent en de invloed hiervan op zijn/haar eigen handelen.
Gedragsvoorbeelden:
- houdt rekening met omstandigheden en gevoelens van anderen
- toont begrip en respect voor gevoelens van anderen
- weet situaties goed in te schatten door te luisteren en te kijken
- toont begrip voor andere standpunten, culturen, omgangsvormen en gewoonten
- doseert kritiek, geeft anderen de ruimte en kiest het juiste contactmoment
- benoemt mogelijke gevoeligheden in het eigen gedrag tegenover anderen op voorhand
De mate waarin een persoon van nature anderen weet te overtuigen van een idee, plan of standpunt, mensen enthousiast weet te maken en geaccepteerd wordt als een autoriteit.
Gedragsvoorbeelden:
- weet draagvlak te verkrijgen in een organisatie, is vertrouwenwekkend
- maakt bewust gebruik van lichaamstaal; stemgeluid en gezichtsuitdrukking
- is zelf zichtbaar enthousiast over een idee, maakt oogcontact en presenteert met verve
- komt met een goede variatie aan argumenten op het juiste moment
- reageert adequaat bij tegenargumenten en weet medestanders te creëren
- weet te interesseren en heeft impact
De mate waarin een persoon optimale resultaten boekt bij gesprekken met tegengestelde belangen. Hierbij wordt rekening gehouden met de inhoud en de duurzaamheid van de relatie.
Gedragsvoorbeelden:
- gaat op zoek naar win-winsituaties, gemeenschappelijke doelstellingen of compromissen
- bereidt de onderhandelingen uitstekend voor met oog voor de belangen en argumenten van de andere partij
- weet bij onderhandelingen bezwaren in een positieve richting om te buigen of te compenseren
- weet met creatieve oplossingen doelen te realiseren
De mate waarin een persoon een vertrouwenwekkende eerste indruk op anderen maakt en deze weet te handhaven.
Gedragsvoorbeelden:
- komt krachtig en zelfverzekerd over
- heeft een goede uiterlijke verzorging, is representatief
- vertelt enthousiaste verhalen met interessante inhoud
De mate waarin een persoon als volwaardig teamlid bijdraagt aan het gezamenlijke resultaat, ook wanneer dit niet direct een persoonlijk doel dient.
Gedragsvoorbeelden:
- zet zich in om samen gestelde doelen te bereiken
- benut en waardeert ieders bijdrage aan het team
- wisselt relevante informatie tijdig uit, communiceert, brengt en haalt informatie
- betrekt anderen actief en op constructieve wijze bij het werk
- draagt bij aan een goede sfeer
- pakt problemen en conflicten binnen het team aan en zoekt een oplossing
De mate waarin een persoon zich zonder moeite onder andere mensen begeeft, gemakkelijk naar anderen toe stapt en zich zich gemakkelijk in gezelschap mengt. Deze competentie is van groot belang bij netwerken.
Gedragsvoorbeelden:
- spreekt zelf mensen aan
- kan over veel onderwerpen meepraten



1 Mondelinge communicatie
2 Mondelinge presentatie
3 Schriftelijke communicatie
4 Luisteren
5 Sensitiviteit
6 Overtuigingskracht
7 Onderhandelen
8 Impact
9 Sociabiliteit
10 Samenwerken









Motivatie

De mate waarin een persoon op basis van kansen of problemen zelf direct in actie komt, problemen of belemmeringen signaleert en deze zo snel mogelijk oplost.
Gedragsvoorbeelden:
- is ondernemend: ziet een kans en gaat aan de slag
- is de motor in een team, neemt het voortouw
- ziet het werk dat gedaan moet worden en handelt daarnaar
- komt ongevraagd met ideeën en acties
De mate waarin een persoon hoge eisen stelt aan het eigen werk en daarnaar handelt, en laat zien niet tevreden te zijn met een gemiddelde prestatie. Een hoge inzet betekent een hoge eis van medewerkers aan de kwaliteit van hun werk.
Gedragsvoorbeelden:
- werkt sneller of beter dan anderen of dan normaal
- voelt zich verantwoordelijk voor het eigen werk
De mate waarin een persoon streeft naar persoonlijke ontwikkeling en vooruitgang en gedreven is om eigen doelen in het leven te bereiken.
Gedragsvoorbeelden:
- stelt zichzelf telkens nieuwe uitdagingen
- heeft een plan voor eigen persoonlijke ontwikkeling en loopbaan
- zoekt erkenning voor persoonlijke resultaten
- is in gesprek over de volgende carrieĢ€restap
- neemt veel initiatief om eigen doelen te realiseren
- accepteert extra taken en verantwoordelijkheden om een zwaardere positie te verkrijgen
De mate waarin een persoon inzicht heeft in eigen sterktes en zwaktes, en op basis hiervan acties onderneemt om de eigen kennis, vaardigheden en competenties te vergroten of verbeteren, en zodoende beter te presteren.
Gedragsvoorbeelden:
- vraagt uit zichzelf om feedback
- zoekt actief trainingsmogelijkheden op
- is zelfkritisch
De mate waarin een persoon in woord en gedrag uitdraagt dat hij/zij leeft naar algemeen aanvaardbare sociale en ethische normen, ook bij druk van buitenaf om hiervan af te wijken.
Gedragsvoorbeelden:
- gaat zorgvuldig om met vertrouwelijke informatie
- laat anderen in hun waarde
- is consistent in zijn/haar gedrag
- voorkomt belangenverstrengeling
- is eerlijk, open en duidelijk (ook in conflictsituaties)
De mate waarin een persoon zich voegt naar het beleid en/of de procedures van de organisatie en bij onduidelijkheden of veranderingen bevestiging zoekt bij de juiste autoriteit.
Gedragsvoorbeelden:
- goed kunnen werken volgens vaststaande procedures
- maakt weinig fouten, werkt nauwgezet
De mate waarin een persoon zich verbonden voelt en het eigen gedrag afstemt op de behoeften, prioriteiten en doelen van de organisatie.
Gedragsvoorbeelden:
- vertegenwoordigt bewust de diensten, de klantvriendelijkheid, het imago en de overtuiging van de organisatie
- bespreekt problemen zo veel mogelijk binnen het eigen team of de organisatie
- is zich bewust van het beleid, de normen en waarden, procedures en afspraken en handelt hiernaar
- praat over ‘wij’, presenteert het team of de afdeling als een eenheid
De mate waarin een persoon gericht is op het behalen van resultaten en doelstellingen.
Gedragsvoorbeelden:
- levert resultaten conform afspraken: de juiste kwaliteit en op tijd
- is doelgericht en efficiënt, heeft een heldere focus, is niet gemakkelijk afgeleid
- gaat uit van het principe: afspraak is afspraak
- zoekt effectieve oplossingen en wijkt indien nodig (in overleg) af van procedures en planningen
- maakt de zaken af
De mate waarin een persoon erop gericht is diensten en producten van hoge kwaliteit te leveren.
Gedragsvoorbeelden:
- stelt hoge eisen aan het eigen functioneren
- signaleert mogelijkheden om de kwaliteit van het werk te verbeteren door zaken anders te organiseren
- stelt verbeteringen voor en is in staat anderen ertoe te motiveren deze kwaliteit te leveren
- geeft duidelijk aan welke kwaliteit vereist is
De mate waarin een persoon verbonden is met de organisatie en zich gedraagt in overeenstemming met de waarden en doelen van de organisatie. Die betrokkenheid uit zich op verschillende niveaus: organisatie, beleid, cultuur en collega’s, vakgebied, markt en klanten.
Gedragsvoorbeelden:
- is enthousiast
- stimuleert en inspireert de omgeving
- laat het gewenste gedrag zien (op verschillende niveaus)
- is geïnteresseerd, denkt mee en levert een bijdrage
- is loyaal: ondersteunt en volgt gemaakte keuzes gedurende langere tijd
- praat over ‘wij’ in plaats van ‘zij’ als hij/zij het heeft over de eigen organisatie
11 Initiatief
12 Inzet
13 Ambitie
14 Zelfontwikkeling
15 Integriteit
16 Discipline
17 Loyaliteit
18 Resultaatgerichtheid
19 Kwaliteitsbewustzijn
20 Betrokkenheid










Persoonlijkheid

De mate waarin een persoon doelmatig blijft handelen door zich aan te passen aan een veranderende omgeving of veranderende taken en zich vlot naar de nieuwe situatie voegt.
Gedragsvoorbeelden:
- weet zijn/haar draai weer snel te vinden na een verandering
- is niet eigenwijs, kan op basis van nieuwe informatie van mening veranderen
- is flexibel, kan van aanpak veranderen
- heeft ruimte, begrip en respect voor andere dan eigen ideeën en gebruiken
- stelt het oorspronkelijke doel bij om een effectieve bijdrage te kunnen blijven leveren
- speelt gemakkelijk in op onverwachte maar urgente zaken
De mate waarin een persoon op een tactvolle manier opkomt voor zijn/haar mening, behoeften of belangen, ook bij weerstand.
Gedragsvoorbeelden:
- laat zichzelf horen en zien, komt op een tactvolle wijze op voor zichzelf
- maakt bij meningsverschillen zijn/haar ideeën, positie of plannen op een respectvolle manier duidelijk
- houdt beheerst vast aan eigen principes of standpunten, ook bij sociale druk van anderen om die los te laten
- gaat zakelijke meningsverschillen met leidinggevenden of klanten niet uit de weg maar blijft wel respectvol
De mate waarin een persoon effectief blijft presteren onder tijdsdruk, bij complicaties, tegenslag, teleurstelling of tegenspel.
Gedragsvoorbeelden:
- blijft effectief en gelijkmatig presteren onder onzekere en dreigende omstandigheden
- laat zich niet gek maken, blijft beheerst, raakt niet in paniek
- heeft een rustgevende uitstraling op anderen
- is in staat te relativeren en ziet problemen in de juiste verhoudingen
- neemt ook onder druk goede beslissingen
De mate waarin een persoon zichzelf een mening vormt, gebaseerd op eigen overtuigingen, en een eigen koers vaart.
Gedragsvoorbeelden:
- vaart duidelijk een eigen koers en waait niet met alle winden mee
- ontwikkelt een eigen werkwijze en gelooft daarin
- komt met ideeën waar anderen nog van overtuigd moeten worden
- houdt ‘een rechte rug’ bij tegenstand als het gaat om eigen mening of principes
De mate waarin een persoon volhardt in het behalen van het doel, ondanks tegenslag of onder moeilijke omstandigheden.
Gedragsvoorbeelden:
- geeft niet op, gaat door ook als anderen stoppen
- haalt koste wat het kost de doelstellingen (uren, middelen)
- kan zo nodig het tempo verhogen om een taak te volbrengen
- kan onverwachte tegenslagen overwinnen omdat hij/zij het gestelde doel wil bereiken
De mate waarin een persoon in staat is te veranderen van gedragsstijl om onder nieuwe omstandigheden resultaat te boeken.
Gedragsvoorbeelden:
- kiest direct voor nieuwe wegen als iets niet lukt
- speelt in op kansrijke nieuwe situaties
- is op veel plaatsen inzetbaar
- kan zich mentaal en lichamelijk makkelijk aanpassen aan wisselende, veranderende werktijden, dagindeling en werkomstandigheden
- verricht werk buiten de eigen taak en buiten reguliere werktijd
De mate waarin een persoon foutloos werk aflevert door zorg voor details.
Gedragsvoorbeelden:
- is precies en gericht op de details
- werkt systematisch en heeft overzicht
- controleert het eigen werk grondig
- streeft naar hoge kwaliteit
- kan ook onder druk lang werken met details zonder fouten te maken
De mate waarin een persoon zijn/haar persoonlijke uitstraling en werkom- geving afstemt op de eisen die de functie en de omgeving (klanten) hieraan stellen.
Gedragsvoorbeelden:
- besteedt aandacht aan kleding, uiterlijke verzorging
- kent de do’s en don’ts: gepast optreden, goede omgangsvormen
- is een visitekaartje voor de organisatie
- stemt de uitstraling af op de verwachtingen van klanten
- heeft altijd aandacht voor de werkomgeving
De mate waarin een persoon eigen initiatieven vormgeeft, het werk plant en zo uitvoert dat doelen worden gehaald, rekening houdend met de eigen talenten, interesses en ambities.
Gedragsvoorbeelden:
- toont initiatief, ziet werk en gaat aan de slag
- neemt zelf beslissingen
- organiseert zijn/haar eigen werk perfect
- weet wanneer hij/zij hulp of ondersteuning moet inroepen
- redt zichzelf ook onder moeilijke omstandigheden zonder hulp, sturing of controle
21 Aanpassingsvermogen
22 Assertiviteit
23 Stressbestendigheid
24 Onafhankelijkheid
25 Doorzettingsvermogen
26 Flexibiliteit
27 Nauwkeurigheid
28 Representativiteit
29 Zelfstandigheid













Analyse en besluitvorming

De mate waarin een persoon problemen signaleert, relevante informatie herkent, deze analyseert en het oorzaak-gevolgverband legt.
Gedragsvoorbeelden:
- legt oorzaak-gevolgverbanden en trekt logische conclusies
- signaleert de grote lijnen en bekijkt het probleem vanuit verschillende invalshoeken
- benoemt de oorzaken
- weet onderscheid te maken tussen feitelijkheden, veronderstellingen en gevoelens
- weet wat te doen om op een effectieve manier alle informatie te verzamelen
- stelt de goede vragen en vraagt door om het probleem boven water te krijgen
De mate waarin een persoon op basis van beschikbare informatie tot een juiste en realistische beoordeling komt.
Gedragsvoorbeelden:
- kan hoofdzaken van bijzaken onderscheiden
- weegt voor- en nadelen tegen elkaar af en herkent kansen en risico’s alvorens een keuze te maken
- toetst verkregen informatie bij meerdere personen
- beoordeelt zowel op korte als op lange termijn
De mate waarin een persoon beslissingen neemt (in acties of een mening), knopen doorhakt.
Gedragsvoorbeelden:
- maakt keuzes, ook bij onvolledige informatie
- stelt niet onnodig uit, is doortastend
- koppelt meteen acties aan gemaakte keuzes
- is stellig in het uiten van een mening
- is resoluut: kiest voor iets en houdt hieraan vast
De mate waarin een persoon een inspirerend langetermijnbeleid kan formuleren en uitdragen, en in staat is grote lijnen te zien en te anticiperen op ontwikkelingen en trends.
Gedragsvoorbeelden:
- heeft toekomstbeelden en kan deze overbrengen
- signaleert trends, ziet mogelijkheden en benut kansen
- kan deze beelden vertalen naar een inspirerend beleid voor de afdeling
- is in staat trends te vertalen naar concrete acties
- maakt behalve van kennis en ervaring ook gebruik van gevoel en intuïtie
De mate waarin een persoon inzicht heeft in het effect van eigen beslissingen of activiteiten op anderen binnen de organisatie.
Gedragsvoorbeelden:
- benadert de juiste mensen binnen de organisatie, in het bijzonder hen die invloed hebben
- toont respect en begrip voor zowel de geschreven als de ongeschreven regels
- toetst of er draagvlak is voor beslissingen
- betrekt diverse partijen in de oordeelsvorming
- onderkent de belangen van andere onderdelen van de organisatie
- heeft inzicht in (informele) besluitvormingsprocessen, politieke processen en macht
De mate waarin een persoon laat blijken goed geïnformeerd te zijn over maatschappelijke, politieke of economische ontwikkelingen en deze kennis effectief weet te benutten voor de eigen functie of organisatie- een bredere vorm van marktgerichtheid, omdat het zich niet alleen richt op vakkennis.
Gedragsvoorbeelden:
- anticipeert op maatschappelijke veranderingen in de omgeving die van invloed zijn op de eigen organisatie (bijvoorbeeld nieuwe regels van de overheid)
- gebruikt informatie uit pers, media, netwerken etcetera in het dagelijkse werk
De mate waarin een persoon nieuwe kennis opneemt, analyseert en ver- werkt en deze effectief weet toe te passen.
Gedragsvoorbeelden:
- leert van (eigen) fouten
- overziet de samenhang in nieuwe gegevens
- weet effectief te handelen vanuit nieuw verkregen inzichten
- staat open voor nieuwe kennis en ervaringen om te leren
- werkt zich snel in nieuwe situaties in
De mate waarin een persoon originele, oorspronkelijke ideeën en oplossin- gen aandraagt, en in staat is om out of the box te denken en te handelen.
Gedragsvoorbeelden:
- komt met nieuwe ideeën die aanspreken
- kan makkelijk gebruikelijke methodes vervangen door nieuwe, effectievere werkwijzen
- is vindingrijk en weet altijd meerdere manieren om een taak uit te voeren
- denkt buiten de kaders en komt met dwarsverbanden: maakt combinaties
- denkt in kansen, nieuwe producten, nieuwe werkwijzen
- wijkt vaak af van gebaande paden
De mate waarin een persoon effectief het eigen werk organiseert door het formuleren van doelstellingen en het plannen van activiteiten.
Gedragsvoorbeelden:
- maakt een eigen actieplan waarin prioriteiten zijn aangegeven
- richt zich binnen de beschikbare tijd op hoofdzaken en acute problemen




30 Probleemanalyse
31 Oordeelsvorming
32 Besluitvaardigheid
33 Visie
34 Organisatiesensitiviteit
35 Omgevingsbewustzijn
36 Leervermogen
37 Creativiteit
38 Organiseren van eigen werk










Ondernemerschap

De mate waarin een persoon bewust (eigen) financiële risico’s neemt en inspeelt op de kansen die hij/zij in de markt signaleert.
Gedragsvoorbeelden:
- ziet constant kansen in de markt
- zoekt mogelijkheden voor nieuwe of verbeterde producten
- houdt rekening met zowel kosten als baten en bewaakt budgetten en werkprocessen
- duikt in de materie, stapt op kansrijke zaken af, onderzoekt, stelt vragen
- investeert in contacten met zowel klanten als medewerkers
- neemt afgewogen risico’s om een gewenst doel te behalen
De mate waarin een persoon informatie verzamelt en verwerkt over het eigen vakgebied en laat blijken goed geïnformeerd te zijn over ontwikkelingen in de markt en technologie.
Gedragsvoorbeelden:
- verzamelt informatie door te praten met experts
- gaat naar beurzen en leest vakbladen
- praat met concurrenten
De mate waarin een persoon inspeelt op de wensen en (latente) behoeften van de klant of interne medewerkers.
Gedragsvoorbeelden:
- kent de klant; verdiept zich in de organisatie, de mensen en hun behoeften
- streeft naar optimale relaties met klanten
- ziet een op- of aanmerking van een klant als een kans om de relatie te verbeteren
- speelt in op de kansen die zich voordoen
- denkt en handelt vanuit het korte- en langetermijnbelang van de klant
- lost klachten snel op en verandert indien nodig planning, product of offerte om de klant tegemoet te komen
De mate waarin een persoon formele en informele relaties opbouwt en onderhoudt ten behoeve van doelstellingen.
Gedragsvoorbeelden:
- legt gemakkelijk contact en onderhoudt de relevante contacten
- is gefocust op relevante nieuwe contacten binnen en buiten de werkomgeving
- heeft oog voor en maakt gebruik van nieuwe media
- kent mensen en weet ze te vinden voor projecten
- vormt allianties en coalities om doelen te bereiken
- heeft oog voor trends en maatschappelijke ontwikkelingen en de invloed hiervan op eigen werk en organisatie
39 Ondernemerschap
40 Marktgerichtheid
41 Klantgerichtheid
42 Netwerken


















Management & Leidinggeven

De mate waarin een persoon motivatie en sturing geeft aan teams of individuen, zodat doelstellingen worden bereikt.
Gedragsvoorbeelden:
- maakt voor iedereen (gezamenlijke) doelstellingen en verwachtingen duidelijk
- bespreekt voortgang en geeft constructieve feedback
- stimuleert samenwerking en persoonlijke ontwikkeling
- weet betrokken partijen voor zich te winnen, waardoor focus op de doelstellingen ontstaat
- kan van stijl wisselen bij het aansturen van verschillende medewerkers en teams
- ziet eerder dan anderen welke keuzes gemaakt moeten worden en handelt hiernaar
- heeft overzicht, brengt samenwerkingsverbanden tot stand
- laat het team optimaal samenwerken, is een teambuilder, creëert ‘wij-gevoel’
De mate waarin een persoon medewerkers stimuleert en begeleidt in hun ontwikkeling van kennis, competenties en talenten.
Gedragsvoorbeelden:
- prikkelt mensen tot leren en ontwikkelen, ook door eisen te stellen
- geeft regelmatig constructief feedback
- brengt mensen in nieuwe leersituaties
- is in gesprek over ontwikkelingsbehoeften
- stelt prikkelende vragen en stimuleert daarmee het denken buiten bestaande denkkaders
- luistert, toont interesse en inspireert
De mate waarin een persoon gemakkelijk eigen taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden overdraagt aan anderen, daarbij gebruikmakend van beschikbare tijd, vaardigheden en potentieel.
Gedragsvoorbeelden:
- kan zaken loslaten
- kijkt goed naar de capaciteiten van de medewerker, omstandigheden en beschikbare tijd
- denkt vooruit bij het delegeren van omvattende verantwoordelijkheden bij mogelijke problemen en regelt voortgangsafspraken
- geeft vertrouwen en durft zaken aan anderen over te laten
- legt uit waarom hij/zij een specifieke taak aan iemand toedeelt
- biedt kansen voor ontwikkeling, geeft mensen vrijheid
De mate waarin een persoon doelen en prioriteiten stelt en op een efficiënte manier middelen, mensen en methoden aanwendt om de doelstellingen tijdig te behalen.
Gedragsvoorbeelden:
- stelt heldere en haalbare doelstellingen op
- komt met een plan van aanpak met daarin een inschatting van benodigde tijd, capaciteiten en middelen
- werkt systematisch en efficiënt, is ordelijk
- werkt proactief, kan vroegtijdig inspelen op veranderingen
- stemt activiteiten perfect af op anderen en maakt duidelijke afspraken
- bewaakt voortgang en stuurt tijdig bij
De mate waarin een persoon de voortgang bewaakt in het behalen van doelstellingen en het uitvoeren van werkzaamheden, van zowel het eigen werk als dat van anderen.
Gedragsvoorbeelden:
- maakt een plan voor tussentijdse controle: mijlpalen, meetpunten, steekproeven e.d.
- checkt of (tussentijdse) doelstellingen worden behaald
- bewaakt het proces in termen van uren, geld en middelen
- stuurt bij, geeft anderen inzicht in voortgang en laat medewerkers zaken zelf oplossen
43 Leidinggeven
44 Coachen
45 Delegeren
46 Plannen en organiseren
47 Controleren